Sinds de vijfde eeuw stond op de plek van kathedraal St-Étienne te Auxerre een heiligdom. In 1215 gaf Guillaume de Seignelay, bisschop van Auxerre, opdracht tot herbouw van het koor en de kooromgang. Zo ontstond het huidige gotische bouwwerk.

In 1400 waren het koor, de kooromgang, de kapellen, het schip, de zijbeuken en de zuidelijke kruisarm herbouwd. De bouw liep door tot in de 16de-eeuw met de afwerking van de noordelijke toren. De zuidelijke toren van de laatgotische gevel bleef onvoltooid. De westelijke portalen zijn afgewerkt met fraai beeldhouwwerk. Op de foto linksonder staat het rechterportaal afgebeeld.

Tot de hoogtepunt van het interieur behoren de glas-in-lood ramen van de kooromgang. Ze dateren uit de eerste helft van de 13de eeuw. Deze ramen hebben taferelen uit Genesis, heiligenlegenden en verhalen over David, Jozef en de verloren zoon als onderwerp. Blauwe en rode tinten domineren, zie onderstaande foto’s. Let ook op de ranke zuilen van het koor. De rozetvensters van de zuidelijke en noordelijke dwarsbeuk en de westelijke façade dateren uit de 16de-eeuw.

Van de oude romaanse kathedraal bleef enkel de 11de-eeuwse crypte over. De stevige pilaren en robuuste tonggewelven staan in contrast met de gotische bovenbouw. De crypte is vooral een bezoek waard vanwege een aantal fresco’s. Aan het einde van de 9de eeuw is Christus op het gewelf geschilderd. Hij zit op een wit paard en wordt omringd door 4 engelen, zie onderstaande foto links. Op het gewelf van de halve koepel staat de tronende Christus omringd door de symbolen van de Evangelisten en twee kandelaars met zeven armen (13de-eeuw). De schatkamer bevat een interessante collectie verluchte manuscripten, ivoorstukken, houten beelden en champlevé email uit de 12de en 13de-eeuw.