Rennes telt ongeveer 280 vakwerkhuizen. Ze staan op de plekken waar de brand van 1720 geen vat op ze heeft gehad. De oudste vakwerkhuizen zijn te herkennen aan hun forse uitkraging. Gedurende de 16de-eeuw werden de gevels steeds vaker harmonisch uitgelijnd. Renaissance-elementen, waaronder putti, ovalen en ranken, versierden het exterieur.
De 17de-eeuwse gevels zijn vlak en strenger. De tot dan toe horizontale georiënteerde belijning van ramen wordt verticaal. In de 18de-eeuw werd het vakwerk aan het oog onttrokken door een laagje specie. Aan de pleinen die het hart vormen van de classicistische wijk zijn vakwerkhuizen uitgebannen.
Rue Saint-Guillaume, Rue de la Psalette en Rue du Chapitre
Met name in Rue Saint-Guillaume, Rue de la Psalette en Rue du Chapitre staan mooie vakwerkhuizen. Rue de la Psalette grenst aan de oostkant van de kathedraal. Het in 1609 gebouwde Hotel le Gonidec (Rue de la Psalette 1) ligt op de hoek met Rue du Griffon.
Maison An Ti Koz op Rue Saint-Guillaume no3 is het oudste huis in middeleeuwse stijl. Ti Koz betekent oud huis in het Bretons. Dit kanunnikenhuis is in 1505 gebouwd. Twee beelden versieren de gevel. De een verbeeld de heilige Michaël en de ander de heilige Sebastiaan. Om de hoek van Rue Saint-Guillaume ligt Rue Saint-Sauveur waarin eveneens een zeer fraai 16de-eeuws kanunnikenhuis staat.
In Rue du Chapitre staan zowel gebouwen die de brand van 1720 hebben overleefd als herbouw uit de 18de-eeuw. Op nummer zes bevindt zich een portiek die toegang geeft tot het luxueuze hôtel de Blossac. Dit neoklassiek herenhuis uit 1728 is ontworpen door een opvolger van Jacques Gabriel. Het ligt aan een binnenhof en heeft een prachtige monumentale trap met smeedijzeren leuning (zie foto). Ook vermeldingswaardig is het renaissancehuis op nummer 22.
Place des Lices
In de middeleeuwen lag dit plein buiten de stadsmuren. De naam betekent Plein van strijdperk. Er vonden toernooien en steekspelen plaats. Aan de noordelijke zijde staan 17de-eeuwse panden. Hôtel de la Noue uit 1659 (ook bekend Hôtel du Louvre, nr. 26), Hôtel Racapé de la Feuillée uit 1659 (nr. 28) en Hôtel du Molant uit 1666-1670 (nr. 34) getuigen van de macht en rijkdom van de Bretonse parlementariërs.